Op de helft.....

Een kwartiertje tijd bij een computer, even een aanvulling van het reisverslag.
Vanaf Les Cars gaat de route langs La Coquille (16-9), Thiviers (17-9), Sorges (18-9), Périgueux (19-9), Douville (20-9), Bergerac (21-9), Eymet (22-9 + rustdag) naar Duras (vandaag).
Duras ligt recht naar het westen, maar zo loopt de historische route; morgen weer naar het zuidwesten.

Intussen ben ik het departement Dodogne dwars doorgestoken. Ik ben nu één dag in departement Lot et Garonne, en morgen ga ik naar Gironde, het 9e Franse departement op deze reis.

Ik ben nu ongeveer op de helft, 1350 km gelopen, waarvan 1050 km in Frankrijk. Met al het klimmen en dalen hier ga ik letterlijk en figuurlijk wel een heuvel over naar de tweede helft van mijn tocht. Maar het gaat mij goed en ik ga gestaag verder.

Nog even twee bijzonderheden. Na Les Cars liep ik door Châlus. Daar is de ruïne nog te zien van de burcht waar in 1199 de Engelse koning Richard Leeuwenhart omkwam in de strijd tegen de Fransen.
En in Bergerac is een kerk speciaal voor de Heilige Jacobus, St. Jacques Eglise, waar Bernardus van Clairvaux (die in Vézelay opriep tot een Kruistocht) ooit mediteerde.

Weer 9 etappes verder.....

Sinds Velles weer negen etappes verder:

7 september - Argenton sur Creuse
In Argenton-sur-Creuse wordt in La Chapelle de la Bonne Dame een beeldje vereerd: La Bonne Dame d'Argenton.
8 september - Éguzon-Chantôme
Nu vanaf Amsterdam ruim 1000 kilometer gelopen, waarvan meer dan 700 kilometer in Frankrijk.
9 september - via o.a. Crozant naar Saint Germain-Beaupré
In Crozant staat een richtingaanwijzer naar Santiago, nog 1613 kilometer......
10 september - La Souterraine
11 september - Bénévent L'abbaye
12 september - Châtelus Le Marcheix
13 september - Saint Léonard de Noblat

Degenen die de route op de kaart volgen, zal het zijn opgevallen dat ik weer een iets oostelijker weg heb gevolgd. Zo loopt de historische route vanaf Vézélay, de pelgrims wilden onderweg eerst naar Saint Léonard de Noblat.
Saint Léonard was een van de meest geliefde heiligen in de Middeleeuwen. Hij ligt begraven in de kerk in Saint Léonard de Noblat in een stenen sarcofaag, en er zijn relikwieën van hem te zien in een kastje waarin je met een druk op de knop licht kunt laten branden.

Wikipedia meldt o.a. over Saint Léonard dat hij volgens de legende een petekind van koning Clovis was. Hij had van de koning het privilege gekregen gevangenen gratie te verlenen. Hij koos voor een teruggetrokken leven als kluizenaar in het bos van Pauvain, waar hij als wonderdoener bekend werd. Dit bos lag tegenover het adellijke kasteel van Noblat. Clovis schonk Léonard hier een stuk grond. Door Léonard bevrijde gevangenen kwamen het bos ontginnen. Zo werd Léonard de stichter van de naar hem genoemde stad en, na zijn dood de patroon van de gevangen, van vrouwen die moeder wilden worden en van de stad, die uitgroeide rondom het graf van Léonard. Saint Léonard trok veel pelgrims aan en zo werd Saint Léonard de Noblat al snel een verplichte etappe op de St. Jacobsroute. In zijn 12e-eeuwse pelgrimsgids noemde Picaud tussen Vézélay en Périgueux maar één plaats: Saint Léonard de Noblat. Dit leverde veel rijke giften op.

Vanaf hier weer richting zuidwest. Op 14 september arriveer ik in Limoges en vandaag, 15 september, in Les Cars.

Het is de laatste tijd duidelijk meer (zwaar) klimmen en dalen, maar door een prachtig, bijna betoverend parkachtig landschap. Overal cultiverende invloeden van de mens zichtbaar.

Wat is er te melden over de pelgrim van weleer (deel1)

In mijn vorige verhaal was het nog één etappe naar Bourges. Daar arriveer ik dus op 1 september. In Bourges bezoek ik de kathedraal La Saint-Etienne de Bourges.

Dit brengt mij erop te vertellen dat ik onderweg al vele stempels heb verzameld in mijn pelgrimspaspoort. Vaak is het stempel te verkrjgen in de kerk of kathedraal, of daar vlakbij. In Rotterdam krijg ik het stempel bij het bisschoppelijk kantoor.

Na een rustdag in Bourges gaat de tocht verder naar:
3-9 Chârost
4-9 Issoudun, in departement Indre
5-9 Châteauroux
en vandaag gestopt in Velles.

Dan nu over de pelgrim van weleer:
In de middeleeuwen vormen pelgrims onderweg een aparte groep binnen de maatschappij, omdat iedere pelgrim tijdelijk zijn normale situatie verlaten heeft. De positie van een pelgrim binnen een groep pelgrims wordt bepaald door zijn functioneren en zijn belang voor de groep als geheel. Na de reis keert de pelgrim terug naar zijn oorspronkelijke status, en heeft hij een toegevoegde waarde verworven door het volbrengen van de bedevaart.

De middeleeuwse pelgrim kan niet zomaar zijn tas pakken en vertrekken. In de middeleeuwse maatschappij moet hij eerst toestemming vragen. Degenen die op het land wonen vragen toestemming aan hun leenheer, monniken aan hun overste en geestelijken aan hun bisschop. Ook stedelingen hebben verplichtingen. Na goedkeuring gaat de aanstaande pelgrim biechten en naar de mis. Hij knielt voor het altaar en de priester zegent zijn staf en tas en dan de pelgrim zelf. Daarna kan hij vertrekken. Pelgrims naar Santiago de Compostella dragen een korte mantel en een cape. Een hoed beschermt tegen zon en regen. De pelgrim heeft ook een staf: een lange stok die het lopen verlicht en een wapen is tegen honden en andere dieren en tegen schurken. Later gaat men de staf versieren: twee ronde knoppen aan de bovenkant symboliseren Christus en Maria en twaalf bellen symboliseren de twaalf apostelen. De tas is meestal gemaakt van hertenleer en is eerder klein dan groot. God zal immers wel in het onderhoud van de pelgrim voorzien. Het symbool voor de bedevaart naar Santiago is de schelp. Aanvankelijk neemt men een schelp mee terug als teken van het voltooien van de reis, maar later wordt het een gewoonte te vertrekken met een of meer jacobsschelpen vastgenaaid op de kleding.

Historie uitgangspunt VΓ©zelay

Gisteren schreef ik over het passeren van Vézelay en over de eeuwenoude route die ik sindsdien volg. Hierbij nog wat achtergrondinformatie.

De Codex Calixtinus is een boek uit ongeveer 1140. Het wordt bewaard in de kathedraal van Santiago de Compostela. Deze Codex heet ook wel Liber Sancti Jacobi en is een verzameling liturgische, historische en hagiografische teksten ter meerdere eer en glorie van Jacobus. Het boek bevat ook een gids voor pelgrims op weg naar Santiago. De teksten stammen uit een periode van twee tot drie eeuwen. De vermoedelijke redacteur en medeauteur is de Franse priester Aymeric Picaud, die in de inleiding vertelt dat hij veertien jaar in de christelijke wereld heeft rondgezworven om alle beschikbare informatie over Jacobus te verzamelen. De Codex is genoemd naar paus Calixtus II (1119 - 1124) die de bedevaarten naar Santiago de Compostela bevorderde. Santiago is vanaf 1120 de zetel van een aartsbisdom en verkrijgt als heilige stad dezelfde status als Rome en Jeruzalem.

Picaud beschrijft de vier meest gangbare routes door Frankrijk en de route door Spanje voor pelgrims op weg naar Santiago de Compostela. In Frankrijk vertrekken de pelgrims in het algemeen vanuit Parijs, Vézelay, Le Puy-en-Velay en Arles. In die vier plaatsen komen mensen uit verschillende streken en landen bij elkaar om gezamenlijk naar Santiago te lopen. Het zijn overigens geen verplichte beginpunten. Elke door Picaud genoemde route verbindt verscheidene heilige plaatsen met elkaar tot een lange bedevaart, met aan het einde het graf van Jacobus.

Ik koos dus als uitgangspunt Vézelay: een kleine vestingstad op een heuvel met een abdij uit 858. Deze abdij heeft een speciale band met Maria Magdalena. Volgens de legende reist Maria Magdalena per schip van Palestina naar de omgeving van Marseille. Zij leeft daar nog 33 jaar in afzondering. Als vanaf de zevende eeuw de Saracenen het zuiden van Frankrijk regelmatig overvallen, brengt men haar stoffelijke resten naar Vézelay. In de elfde eeuw bevestigt de paus de aanwezigheid van de relieken van Maria Magdalena in Vézelay. Zo wordt het een belangrijke verzamelplaats voor pelgrims op weg naar Santiago. Ze komen bijeen op het plein voor de basiliek van Sainte-Marie-Madeleine. Bernardus van Clairvaux roept bij die basiliek in 1146 op tot de tweede kruistocht.

VΓ©zelay voorbij, nu verder in de eeuwenoude voetsporen

Op 25 augustus Vézelay bereikt! Vanaf hier volg ik dus de officiële eeuwenoude route naar Santiago. Al vanaf de 11e eeuw volgen pelgrims deze weg. Wie daar meer over wil weten kan kijken op fr.wikipedia.org met als zoekwoord: Via Lemovicensis.

Vanaf Vézelay zal ik, tot de Spaanse grens, door 11 Franse departementen lopen. Vézelay ligt in het departement Yonne. Op 27 augustus ging ik verder naar Tannay in het departement Nièvre. Via Varzy (28-8) en Arbourse (29-8) kwam ik gisteren in La Charité-sur-Loire. Vandaag de Loire overgestoken en daarmee in het departement Cher gekomen. Nu ben ik in Brécy, nog één etappe naar Bourges....

Misschien goed om eens te melden dat het goed met mij gaat, zowel fysiek als mentaal. Ik heb het naar mijn zin op deze tocht. Eventuele lichamelijke ongemakken zijn altijd na een goede nachtrust weer over. Ik slaagde iedere avond erin een goed overnachtingsadres te vinden.
De route is vaak heel stil, langs eindeloze akkers, door stille bossen en (schijnbaar) verlaten dorpjes. Eenzaamheid staat voorop, maar dat valt mij beslist niet zwaar, ik vind het prettig.

Tot nu toe drie andere pelgrims tegen gekomen onderweg: een Nederlandse die in Schotland woont, een Belg en een Française.
Heel verschillende mensen; iedere pelgrim heeft zijn / haar 'eigen tocht' met als enige overeenkomst dat het reisdoel Santiago de Compostela is....

Sinds Reims

Sinds Reims is Bert alweer een eind verder. Maar de internetmogelijkheden zijn beperkt in dit deel van Frankrijk, qua beschikbaarheid van appartuur of qua tijd.
Daarom hierbij een update van zijn 'secretaresse' / zus, op basis van de informatie uit ons sms-contact.

Na de rustdag in Reims ging de tocht op 15 augustus verder door het stroomgebied van de Marne en door de Champagne-streek, naar Tours-sur-Marne, en daarna
16 augustus; Châlons-en-Champagne
17 augustus: La Chaussée-sur-Marne
18 augustus: Le Meix-Tiercelin
19 augustus: Ramerupt
20 augustus: Troyes, en een rustdag in deze iets grotere plaats
22 augustus: Chaource (niet te verwarren met Chaourse, waar Bert op 10,11 augustus was),
en vandaag, na een lange etappe, mocht de rugzak af in Tonnerre.

Als je al deze plaatsen opzoekt zie je dat de route tussen Tours-sur-Marne en Troyes een bocht naar het oosten heeft gemaakt. De weg rechtdoor betekende kilometers lang langs de autoweg lopen; daarom viel de keus op een iets oostelijker wandelroute.

En nu op naar Vézelay.......

Reims

Hartelijk dank voor alle reacties. Leuk om allemaal te lezen.

Gisteren had ik een rustdag in Reims, en die dag heb ik goed besteed. Ik heb bezocht: Het pand (nu museum) waar op 7 mei 1945 de Duitsers capituleerden, een Romeinse stadspoort uit het jaar 200 (ongeveer), Romeinse gewelven uit de eerste eeuw, en uiteraard de beroemde kathedraal met ernaast een museum. Vandaag weer verdergelopen, en vandaag was er alleen maar regen. Het is geen moment droog geweest. Voorspelling voor morgen: veel regen.

Ik schrijf nog iets over de geschiedenis. In het jaar 313 voert keizer Constantijn de Grote (306 - 337) het christendom in als officiele godsdienst van het Romeinse Rijk. Bedevaarten naar Jeruzalem krijgen een enorme impuls door de bouw van de kerk van het Heilige Graf. Constantijn bouwt deze kerk boven het veronderstelde graf van Christus. Helena, de moeder van de keizer, geeft opdracht tot de bouw van kerken in Bethlehem en op de Olijfberg. De gedachte ontstaat dat miraculeuze krachten verbonden zouden kunnen zijn met zulke heilige plaatsen. In Europa leidt de opkomende verering van martelaren ertoe dat bepaalde plaatsen als heilig worden beschouwd. De graven van Petrus en Paulus in Rome staan het meest in aanzien. En ook voor andere heiligen groeit de belangstelling.Na de val van het westelijke Romeinse Rijk in 476 neemt de leidende rol van de kerk toe. Het maken van een bedevaart wordt moeilijker door de voortgaande afbrokkeling van de commerciele en sociale structuur, en door de verovering van Jeruzalem door de moslims in 638. Rome wordt dan belangrijker als bedevaartplaats.

In de vroege middeleeuwen is een bedevaart een zaak van zuivere devotie: men wil in de sporen van Christus lopen en bidden op plaatsen die aan Hem herinneren. Later heeft men ook andere motieven om een bedevaart te maken, zoals de hoop op wonderen of een verzoek om gezondheid. En men gaat ook pelgrimeren als boetedoening of als tegenprestatie voor een uitgekomen wens. Door de toename van het aantal pelgrims proberen kerken en kloosters relieken te bemachtigen, in de hoop daarmee pelgrims te lokken. Zo ontstaat een voor de kerk lucratieve reliekenhandel. (Volgende keer verder.)

Aisne

Vandaag kan ik weer even internetten. Dat is in deze omgeving nogal uitzonderlijk; dit gedeelte van Frankrijk is tameijk leeg. Het landschap is licht glooiend, en bestaat uit uitgestrekte akkers. De boeren hier hebben enorme oppervlakten te bewerken. Af en toe loop ik door een dorpje, en in zo'n dorpje is dan meestal (bijna) niemand te zien. Na een lang stuk van de N2 gelopen te hebben, volg ik vanaf Vervins de D966. Ik schrijf dit in Neufchatel-sur-Aisne, aan de D966, en vandaag loop ik de twintig kilometer naar REIMS. Van Soignies tot de grens met Frankrijk was precies dertig kilometer, en vanaf de grens tot Neufchatel heb ik ongeveer 113 kilometer gelopen.

En dan vertel ik nog iets over onze vrienden de honden. De hond, een ondersoort van de wolf, is het oudste huisdier en wordt al duizenden jaren gebruikt voor bewaking. Die taak nemen ze ook in 2010 uitermate serieus. Ze lijken iedere vreemde onmiddellijk te willen verscheuren. Gelukkig zitten (bijna) alle honden die ik onderweg tegenkom veilig achter hekken en in Frankrijk soms zelfs ook nog aan een ketting of een touw. Zodra ze mij opmerken zijn het woedende monsters. Ze blaffen zich vaak letterlijk schor, en komen slechts met grote moeite weer tot bedaren. Sommige honden liggen te slapen en zien mij pas als ik al bijna gepasseerd ben. Dan zijn ze uiteraard dubbel kwaad: op mij en op zichzelf. Belgen zijn dol op deze vorm van bewaking, want overal lees ik waarschuwingen als: 'Hier waak ik voor mijn baas'. En veel bewakers laten het niet bij grommen en blaffen. In Belgie worden ieder jaar 18.000 mensen min of meer ernstig gebeten door een hond. Belgische honden zijn principieel BOOS. In Frankrijk zijn (tot nu toe) honden iets minder populair, maar ook de Franse honden zijn boos, en zo te zien bijna zonder uitzondering diep ongelukkig.