
Intussen heb ik mijn pelgrimstocht voltooid.
12 - 11 Negreira, na een regenachtige etappe.
13 - 11 Olveiroa, de hele dag erg harde regen en wind. In de herberg ben ik een van de ongeveer 35 door- en doornatte pelgrims. Bij sommigen zijn de stempels op het pelgrimspaspoort helemaal doorgelopen.......
14 -11 het dorpje Finisterre (Spaans) of Fisterra (Galicisch).
De volgende dag loop ik het slingerende pad omhoog naar de 5 km verder liggende Kaap Finisterre, het 'einde van de aarde' (finis terrae), het meest westelijke punt van Spanje. Hier alleen de meeuwen en het geraas van de branding.
Op 16 november loop ik verder naar Muxia, ongeveer 30 km ten noorden van Fisterra. Deze plaats wordt ook wel beschreven als een van de eindpunten van de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. Volgens de legende zou de apostel hier de plaatselijke bewoners hebben willen bekeren, maar hij had geen succes. Toen verscheen de Maagd Maria om hem te troosten. De stukken steen die vlak bij de kerk liggen, zouden overblijfselen zijn van de stenen boot van Maria. De naam Muxia komt van de monniken die hier in de 12e eeuw een Benedictijns klooster stichtten. Het klooster is nu in gebruik als kerk, San Julián de Moraime.
Hier eindigt mijn tocht!
Op 17 november reis ik met de bus terug naar Santiago de Compostela, om daar nog vandaag de hele dag door te brengen.
Van hier uit zal ik met de trein, met tussenstops in Madrid en Parijs, langzamerhand terugkeren naar Amsterdam.......
Woensdagochtend 10 november loop ik Santiago de Compostela binnen. Het doel bereikt. Een gevoel van tevredenheid overheerst.
Via de Porta de Camiño loop ik de oude stad binnen, veel kronkelende straatjes en dan is daar uiteindelijk de Kathedraal, waar ik om 12 uur de Pelgrimsmis bijwoon. Eerst haal ik mijn Pelgrimsdiploma. Een Spanjaard uit Barcelona haalt vandaag zijn 11e Pelgrimsdiploma......!
Zoals jullie intussen van me gewend zijn, nog even wat achtergrondinformatie.
Tijdens het uiteenvallen van het Romeinse Rijk in het begin van de vijfde eeuw bouwen de Sueven een nederzetting op de plaats waar nu SANTIAGO DE COMPOSTELA ligt. De Sueven verliezen hun heersende positie echter in 584. In dat jaar veroveren de Visigoten de stad en heel Galicië en Noord-Portugal. Vanaf 711 overvallen de Moren het gebied meerdere malen, maar na 754 is Galicië in christelijke handen. In het midden van de negende eeuw groeit Santiago de Compostela rond de kapel waarin de relieken van Jacobus worden bewaard. Kort voor het jaar 900 is de kapel vervangen door een grotere kerk. In 997 vallen de Moren Galicië opnieuw binnen, en ze verwoesten de stad en de kerk. De schrijn van Jacobus blijft echter bewaard. Terugkerende bewoners beginnen met de wederopbouw in het midden van de elfde eeuw. De bouw van de huidige kathedraal begint in het jaar 1075 en de wijding vindt plaats in 1211, in aanwezigheid van koning Alfons IX van Leon. In de eeuwen daarna zijn aan het gebouw uiteraard meerdere veranderingen aangebracht.
De kathedraal is het traditionele doel van de reis. De façade van de kathedraal is barok. Via een monumentale dubbele buitentrap uit 1606 bereikt men de hoofdingang, waarachter zich een voorhal bevindt. Daarna betreedt men de kerk zelf door de beroemde Portico de la Gloria: een romaans beeldhouwwerk, gemaakt door Maestro Mateo tussen 1168 en 1188. Maestro Mateo was meester-architect en beeldhouwer en werkte aan de kathedraal in opdracht van koning Ferdinand II van Leon. De Portico de la Gloria behoort tot de oorspronkelijke romaanse façade en toont een complexe wereld van profeten, apostelen, evangelisten, engelen en monsters en gelovigen. Jacobus troont op een eigen zuil in het midden, vlak voor de centrale zuil die het timpaan ondersteunt. Boven het hoofdaltaar in de kathedraal staat een beeld van Jacobus, en onder het hoofdaltaar is een crypte waarin zijn relieken en de relieken van zijn discipelen Theodorus en Athanasius worden bewaard. De deur aan de oostzijde van de kathedraal heet de Puerta Santa. Deze deur uit 1611 bevindt zich rechts achter het hoofdaltaar en is alleen geopend in jaren waarin 25 juli (de feestdag van Santiago) op een zondag valt.
Dan natuurlijk nog de route die ik vanaf 7-11 liep:
Op 7-11 liep ik via Vilar de Donas naar Melide.
In het dorp Vilar de Donas staat een prachtige romaanse kloosterkerk. In de in 1184 gebouwde kerk staan graftombes en schilden opgesteld van prominente ridders van de Orde van Santiago.
8-11 Santa Irene. Wel wat regen deze etappes.
9-11 Monte de Gozo, 4 km voor Santiago. Tijdens een korte opklaring zie ik de torens van de kathedraal van Santiago in de verte. De meeste pelgrims stoppen hier om de volgende dag in de ochtend in Santiago de Compostela aan te komen, de Pelgrimsmis te kunnen bijwonen en nog veel tijd in de kathedraal en de stad te kunnen doorbrengen.
10-11 SANTIAGO DE COMPOSTELA
Nu neem ik eerst de tijd om uitgebreid in deze mooie stad te zijn en rond te kijken.
Daarna op weg naar Finisterre....
Nu Santiago de Compostela in zicht komt schrijf ik kort iets over de apostel Jacobus en zijn relatie met Spanje. Jacobus is een visser, evenals zijn broer Johannes. Hun moeder Salome is de zuster van Maria. Jezus vraagt zijn beide neven Hem te volgen. Het is niet bekend wat Jacobus heeft gedaan in de jaren na de kruisiging van Jezus. Volgens een legende gaat hij naar Spanje, waar hij slechts negen personen kan bekeren. Na enige tijd keert Jacobus terug naar Jeruzalem en gaat hij door met preken. In Jeruzalem wordt hij in het jaar 44 op bevel van koning Herodes Agrippa I gevangengenomen en onthoofd. Op het moment van zijn executie vangt Jacobus zijn hoofd op in zijn ten hemel geheven armen. Enkele van zijn volgelingen nemen de stoffelijke resten mee naar Jaffa, waar ze een stenen schip zonder mast vinden en aan boord gaan. Engelen geleiden het schip naar Iria Flavia, de huidige stad Padron in Galicië. Ongeveer twaalf kilometer landinwaarts wordt Jacobus begraven. Twee volgelingen, Theodorus en Athanasius, blijven bij het graf en worden later links en rechts van hem begraven.
In 709 wordt voor het eerst melding gemaakt van de prediking van Jacobus in Spanje. Het eerste verslag van het vervoer van het lichaam van de heilige naar Spanje dateert uit 912. Omstreeks 900 begint Santiago de Compostela bekendheid te krijgen als bedevaartsoord, en vanaf het einde van de tiende eeuw arriveren er pelgrims uit heel West-Europa. Rond 1100 heeft de reis naar Santiago de Compostela dezelfde status verworven als een bedevaart naar Jeruzalem of Rome.
Dan verder met de route.
31-10 Foncebadón
Ongeveer twee kilometer voorbij Foncebadón staat, op een hoogte van 1504 meter, het Cruz de Ferro: een ijzeren kruis op een vijf meter hoge houten paal, geplaatst in een heuvel van stenen. De oorsprong is onbekend; misschien was het een wegmarkering (vooral bij sneeuwval), of een grensaanduiding. Het is een traditie dat pelgrims een steen meebrengen en op de stapel gooien.
1-11 Ponferrada
Deze stad is genoemd naar de brug over de rivier Sil, de pons ferrata (de 'ijzeren brug'): bisschop Osmundo van Astorga geeft in de 11e eeuw opdracht tot de bouw van bruggen ten behoeve van de pelgrims, deze brug (de oudste) wordt met ijzer versterkt.
2-11 Trabadelo
3-11 O Cebreiro, zojuist de grens gepasseerd van de provincie Castilla y Léon naar de autonome provincie Galicia.
Hier wordt geen Castellano (Spaans) gesproken, maar Galicisch (een taal die verwant is aan het Portugees). In O Cebreiro vindt rond het jaar 1300 een wonder plaats. Tijdens de eucharistie veranderen brood en wijn zeer letterlijk in vlees en bloed. Bovendien beweegt op dat moment een beeld van Maria: zij buigt haar hoofd. Sindsdien is zij in die stand blijven staan.
Kenmerkend voor deze streek zijn de 'pallozas', lage ronde of langwerpig ronde huizen van natuursteen met een dak van stro dat tot vlak bij de grond reikt. Mensen en vee wonen beide in zo'n boerenhuis. In O Cebreiro bezoek ik een palloza die als museum is ingericht (sleutel even vragen bij de kerk). Deze palloza werd tot 1968 bewoond.
4-11 via een alternatieve (oude) route bereik ik Samos.
Als je over de heuvel komt zie je het imposante klooster liggen. Dit is het grootste kloostercomplex van Spanje. Er wonen nu nog 6 (hoogbejaarde) monniken en enkele lekenbroeders. Ik kom precies op tijd om deel te nemen aan een rondleiding. En daarna zijn de pelgrims toeschouwer bij de gezongen vespers. Een aandoenlijk schouwspel.
5-11 Ferreiros
Vanaf de grens van de provincie Galicia staat om de 500 meter een forse paal met daarop de afstand die nog rest naar Santiago de Compostela. Die km-aanduiding geeft aan dat het nu nog 99 km is.....
6-11 voor vandaag stop ik in Airexe; nog ongeveer 70 km naar Santiago.......
Dit gedeelte van de tocht loopt door een boerenomgeving, kleine nederzettingen (enkele boerderijen met een kerk(je)), landerijen, koeien, schapen, geiten, vriendelijke honden.
Het landschap is betoverend mooi, haast sprookjesachtig.
Iedere dag als ik op pad ga, heb ik voor die dag twee bestemmingen in gedachten: één die ik in ieder geval wil halen en één iets verder, voor het geval ik nog zin heb om verder te lopen.
Gezondheid is goed, ik heb genoeg energie.
Voor de thuisblijvers: in Nederland is deze maand op de televisiede op de vrijdagen op Ned.2 om 18.25 uur het programma De Wandeling, opgenomen op de camino.
Het volgende bericht zal naar verwachting uit Santiago de Compostela komen, waar de paus mij vandaag voor ging, zoals ik vernam.
Begin september vertelde ik iets over de pelgrim van weleer. Hierbij deel 2.
Overal langs de belangrijkste routes naar Santiago bouwen religieuze orden en edellieden toevluchtsoorden en herbergen, waar de pelgrim onderdak en eten kan krijgen en eventueel verzorging bij ziekte of verwonding. Gezonde pelgrims mogen er maar kort blijven. Vaak is er geen plaats en is men aangewezen op de gewone herbergen of particulieren. Onderweg zijn er soms minder prettige situaties. Veerlieden hebben overdreven tarieven voor de overtocht over rivieren. Tolwegen zijn duur en struikrovers en dieven kunnen overal toeslaan. Wegens de gevaren en moeilijkheden reizen de pelgrims vaak in groepen. Corruptie en hebzucht en diefstal en ongelukken zijn uiteraard van alle tijden.
Verschillende typen pelgrims trokken naar Santiago de Compostella. Sommigen waren zeer vroom en anderen zochten het avontuur. Sommigen liepen uit dankbaarheid voor een verhoord gebed of voor een behouden terugkeer uit een strijd of oorlog. Anderen liepen als boetedoening voor gepleegde misdaden. In deze categorie kon iedereen zitten van kruimeldief tot moordenaar. Ze werden vaak geboeid op reis gestuurd zodat iedereen kon zien dat hun tocht een straf was: de paenitentia publica non solemnis. Bij terugkeer moesten zij een certificaat tonen als bewijs van voltooiing van hun bedevaart. Er was overigens een levendige handel in zulke certificaten.
Een ander type pelgrim was degene die de reis maakte als vervanger van iemand die door ziekte of verplichtingen niet zelf kon gaan. Ook ging men op pelgrimstocht om de eigen armoede of een plaatselijke oorlog te ontvluchten, onderweg was er onderdak en eten, en men zocht de veiligheid van de groep.
En behalve pelgrims liepen er dieven en bandieten, handelaren en prostituees, architecten en tal van anderen.
Dan het vervolg van mijn route:
24-10 rustdag in Terradillos de los Templarios
Onderweg naar mijn volgende stop kies ik bij Calzada del Coto een alternatieve route, die precies het verloop van de historische St. Jacobsroute volgt, de Via Romana. Deze route kenmerkt zich door kilometerslange leegte. Op ongeveer eenderde van deze route overnacht ik in Calzadilla de los Hermanillos (25-10).
26-10 Mansilla de las Mulas, na 18 km leegte. Hier voegt deze alternatieve route zich weer bij de huidige camino.
27-10 en 28-10 Léon: er is veel te zien in deze stad. O.a. de kathedraal, kerken, paleizen en musea. Zo ook het pelgrimshospitaal San Marcos en het Muséo de Léon. Dit gebouw stamt uit de tijd van de Katholieke Koningen en was zowel een pelgrimshospitaal als een commanderij van de Orde van Santiago.
De Militaire Orde van Santiago is een Spaanse ridderorde die in 1170 wordt gesticht en in 1175 door paus Alexander III wordt erkend. In de middeleeuwen ontstaan verschillende ridderorden, zoals de Orde van de Tempeliers en de Duitse Orde. De monniken van de Orde van Santiago leven in armoede en gehoorzaamheid volgens de regel van Augustinus, en ze verdelen hun tijd tussen bidden en vechten. De Orde biedt vooral de jongere zonen van de adel (die niets erven) een nobele en passende levenstaak. Ze spelen een belangrijke rol bij de verdrijving van de Moren uit Spanje en vanaf 1290 ook uit Portugal. Bovendien beschermen ze de pelgrims op hun weg naar Santiago de Compostela. De Orde verwerft grote delen van Castilië, maar verliest na de val van het Moorse Rijk in 1492 veel van zijn betekenis. Tegenwoordig is het een gezelschap van Spaanse katholieke edelen onder bescherming van de Spaanse kroon.
Vanaf Léon op 29-10 verder naar Villar de Mazarife. Op 30-10 bereik ik Astorga.
Dan nog even een reactie op vragen die ik via mijn e-mail van collega's kreeg:
- Ik heb intussen geen lange baard, ik scheer mij regelmatig.
- Kan ik wel slapen in steeds weer een nieuwe slaapplek? Gewoon liggen en ogen dicht.
- Ik eet van alles, wat ik maar onderweg kan kopen, bv. brood, kaas, sardines, tomaat, komkommer, yoghurt, chocolade. 's Avonds probeer ik altijd iets warms te eten, in de refugio of een plaatselijk restaurantje.
- Ben ik intussen ver van de rest van de wereld? Ja, ik hoor of lees geen nieuws, geen idee wat er in de wereld gaande is. Heb ik ook geen behoefte aan..... Het landschap is op dit stuk van de route vaak zeer leeg en stil, de Spaanse meseta. Landschap, lucht, wolken, zon zijn prachtig. De eenzaamheid ervaar ik nog steeds als prettig.
- De Spaanse honden zijn buitengewoon vriendelijk. Totaal anders dan in België en Frankrijk. De honden liggen los, zijn heel sociaal en lijken geheel gewend aan het beeld van de pelgrim. Ze kijken nauwelijks op als je langs komt.
Dank voor jullie belangstelling en goede wensen en voor alle reacties op deze reissite.
Tot de volgende computer.
Even tijd voor een aanvulling op de route, maar eerst de beloofde legende.
Op 16 oktober was ik in Santo Domingo de la Calzada. De grootste bezienswaardigheid van Santo Domingo de la Calzada is de kathedraal, die zijn roem in de eerste plaats te danken heeft aan een kippenhok. Het hok staat op een verhoging in de kerk en biedt plaats aan een haan en een kip. Hieraan ligt een legende ten grondslag: Een Duits echtpaar en hun zoon overnachtten in de herberg van Santo Domingo de la Calzada op weg naar Santiago. Daar probeerde het dienstmeisje de zoon te verleiden. Hij ging niet op haar avances in. Uit wraak verstopte zij een zilveren beker in zijn bepakking. Toen het gezin verder wilde reizen, sloeg ze alarm. De jongen werd wegens diefstal veroordeeld en opgehangen. Zijn ouders trokken verder naar Santiago en klaagden hun nood bij de apostel. Toen ze op de terugweg weer door Santo Domingo kwamen, zagen ze tot hun grote vreugde dat hun zoon nog leefde: de apostel had hem al die tijd ondersteund, zodat hij niet kon stikken. Nadat de jongeman was bevrijd, snelde iemand naar de bisschop om hem van het wonder in kennis te stellen. Deze wilde juist aan zijn maaltijd beginnen, die bestond uit een gebraden haan en kip. Hij hoorde het verhaal ongelovig aan en riep uit: "Dit beest hier zal nog eerder vleugels krijgen dan dat zoiets waar kan zijn." En onmiddellijk kregen de haan en de kip vleugels; de haan kraaide, en de twee vogels vlogen van de borden op.... Sindsdien wonen er een haan en een kip in de kerk.
Dan verder met de route. Op 19-10 bereik ik Burgos. De in de dertiende eeuw gebouwde Santa-Mariakathedraal van Burgos is qua grootte de derde van Spanje. Alleen de kathedralen van Sevilla en Toledo zijn groter.
De weg vanaf Burgos leidt naar de meseta, de Spaanse hoogvlakte. De meseta is gemiddeld ongeveer 600 meter hoog.
20-10 Hontanas
Na Hontanas passeer ik de ruïne van het klooster van San Antón; het pad loopt hier nu dwars door wat vroeger het schip van de kerk was....
21-10 Boadilla del Camino
22-10 Carrión de los Condes
Hier overnacht ik in het klooster van Santa Clara, met om 19 uur de maaltijd en om 20 uur de mis.
23-10 Terradillos de los Templarios
Nog ongeveer 400 km te gaan..... De ene etappe is of voelt wat zwaarder dan de andere, maar ik heb het nog steeds erg naar mijn zin op deze tocht.
In Spanje is deze pelgrimstocht echt een fenomeen. Steeds meer pelgrims zichtbaar onderweg. Overal duidelijke bewegwijzering. In iedere plaats de refugio's of andere op de Camino ingestelde overnachtingsmogelijkheden. Het landschap is erg mooi, met regelmatig verrassende uitzichten. Haast bij iedere plaats is wel een verhaal te vertellen.
Onderweg en in de refugio's kom je vaak weer dezelfde pelgrims tegen. Vele nationaliteiten, alle leeftijden, vele motivaties, maar allemaal met dezelfde tocht bezig. Het geeft een saamhorigheidsgevoel. Er wordt onderling wel gesproken over het 'loopvirus' of het 'loopsyndroom'. Sommigen lopen de Camino niet voor de eerste keer.
Even terug naar de laatste plaats in het vorige verhaal: Roncesvalles (8-10). Daar geslapen in een zaal met 60 stapelbedden, allemaal vol. Vanaf Roncesvalles verder naar Larrasoana (9-10) en Pamplona (10-10) waar ik zo kan aansluiten bij een mis in de kathedraal.
Op 11-10 arriveren mijn zus en neef. Erg leuk om elkaar zomaar in Pamplona te treffen.
We hebben rondgekeken in de stad en een uitstapje gemaakt naar Santa Maria de Eunate.
Deze kerk bevindt zich in het open veld, op ongeveer twintig kilometer ten zuiden van Pamplona. Het is onduidelijk wat de oorsprong is van deze Romaanse kerk uit de tweede helft van de twaalfde eeuw. Misschien was het een rouwkapel en een begraafplaats langs de route naar Santiago de Compostela. Misschien hebben de Tempeliers de kerk gebouwd. De eenzaamheid en de vondst van jakobsschelpen in de graven in de kerk doen vermoeden dat het een onderdak voor pelgrims geweest is. De kapel is achthoekig en is omgeven door een achthoekige galerij: een colonnade van 33 bogen. De galerij was in de middeleeuwen waarschijnlijk door een dak met de kerk verbonden. De originaliteit van het architectonisch ontwerp en de geïsoleerde ligging hebben veel onderzoekers beziggehouden.
De volgende vier etappes reizen mijn zus en neef mij ´s middags in hun huurauto achterna, zo maken zij een paar dagen mee waar ik heb gelopen, waar ik overnacht en maken zij kennis met enkele medepelgrims, en met de Nederlandse leiding in de refugio in Villamayor de M. (waar zij mochten aansluiten bij de maaltijd):
Puente la Reina (12-10)
De in de Codex Calixtinus beschreven pelgrimsroutes vanuit Parijs, Vezelay en Le Puy-en-Velay komen samen in Ostabat in Zuid-Frankrijk. De route vanuit Arles leidt niet naar Ostabat, maar steekt meer naar het oosten de Pyreneeën over en sluit in Puente la Reina aan op de weg naar Santiago. Om dat punt te markeren staat op het kruispunt vlak voor Puente la Reina een bronzen standbeeld van een pelgrim. Puente la Reina is een plaats van 2900 inwoners en ligt 24 kilometer ten zuidwesten van Pamplona. De naam betekent: Brug van de koningin. De koningin van Navarra laat in de elfde eeuw deze brug over de rivier de Arga bouwen, opdat de pelgrims de rivier kunnen oversteken zonder gebruik te hoeven maken van veerlieden. De brug heeft zeven bogen en is de belangrijkste romaanse brug op de weg naar Santiago de Compostela.
Villamayor de Monjardin (13-10)
Viana (14-10)
Ventosa (15-10)
Na een gezamenlijk pelgrimsmenu in de plaatselijke herberg in Ventosa neem ik weer afscheid van zus en neef. Zij reizen de volgende dag weer naar het noorden, naar huis.
De route van Viana naar Ventosa gaat via Logrono, en vijftien km ten zuiden daarvan ligt Clavijo. Het moment voor informatie over Santiago Matamoros:
Vlak over de grens van de provincie Navarra en aan de rivier de Ebro ligt Logrono: de hoofdstad van de provincie La Rioja. In Logrono staat de kerk van Santiago el Real. Dit gebouw uit de vijftiende eeuw heeft twee opmerkelijke beelden van Jacobus. Het ene beeld toont Jacobus als pelgrim en het andere beeld toont hem als morendoder ofwel matamoros. Jacobus wordt morendoder genoemd omdat hij koning Ramiro I van Asturië in 844 geholpen zou hebben in een veldslag bij Clavijo. Ramiro vecht daar tegen een enorme overmacht en hij dreigt de slag te verliezen, totdat een geheimzinnige ruiter op een wit paard verschijnt. De ruiter blijkt Jacobus te zijn, die in volledige wapenrusting en met een zwaard in de ene hand en een banier in de andere hand de Moren vertrapt. Dankzij het ingrijpen van deze bovennatuurlijke bondgenoot verslaat Ramiro het moslimleger. Na 844 is SANTIAGO MATAMOROS het symbool van christelijke moed en overwinning en van de hemelse zorg voor Spanje. Hij zou als ridder minstens veertig keer hebben deelgenomen aan gevechten om het Iberisch schiereiland te heroveren op de Moren. De Moorse tegenstand is overigens pas in 1492 met de inname van Granada definitief gebroken.
En verder gaat de Camino naar Santo Domingo de la Calzada (16-10), Belorado (17-10) en Atapuerca (vandaag 18-10).
Genoeg tekst voor vandaag. Andere keer verder. Jullie houden nog een legende over kippen in de kerk van me tegoed.....
Vandaag de grens tussen Frankrijk en Spanje over en aangekomen in Roncesvalles, na een etappe met heel veel klimmen (ongeveer 1300 meter) en daarna het laatste stuk steil naar beneden. Ik ben benieuwd naar de sfeer, de omgeving en de gebruiken in Spanje.
Maar in de vermelding van de route in Frankrijk was het verhaal gestopt bij Duras op 24 september. De tocht ging verder langs:
La Réole (25-9; hier steek ik de Garonne over), Bazas (26-9), Captieux (27-9, laatste stop in departement Gironde; het volgende departement is Landes), Retjons (28-9), Bougue (29-9), Mont-de-Marsan (30-9 + rustdag), Audignon (2-10), Beyries (3-10), Orthez (4-10) en hiermee het departement Pyrenées Atlantique binnen gelopen.
Tot nu toe haast iedere dag goed weer, maar tijdens de tocht naar Orthez regent het aldoor erg hard. Dus de avond wordt grotendeels besteed aan het drogen van de kleren.
Verder naar Sauveterre-de-Béarn (5-10). Geen regen meer, het was zelfs warm.
Op 6-10 bereik ik na heel veel klimmen in de zon Ostabat-Asme, en dan op 7-10 dus Saint-Jean-Pied-de-Port. Bijna 1400 km gelopen in Frankrijk.
Zoals ik gisteren al vermeldde is Saint-Jean-Pied-de-Port weer een heel belangrijke plaats in de route naar Santiago, een knooppunt waar veel pelgrims samen komen, en hun tocht starten of eindigen. Pelgrims van overal uit de wereld, veel nationaliteiten.
En dan vandaag dus naar Roncesvalles over de Col de Cize.
De Col de Cize is een oude pas in de Pyreneeën. De pas verbindt Frankrijk en Spanje al sinds de Romeinse tijd; de naam Cize is afgeleid van Caesar. Karel de Grote gebruikt deze pas in 778 om met zijn leger de Pyreneeën over te steken. Hij onderneemt een veldtocht tegen de emir van Cordoba. Karel verovert Pamplona en trekt dan verder in de richting van Zaragoza. Het lukt hem echter niet om Zaragoza te veroveren. Na een zware veldslag besluit hij terug te keren naar Frankrijk. Op de terugweg vormen de troepen van de ridder Roelant de achterhoede van zijn leger. Op het moment dat de hoofdmacht van Karel de Grote in de omgeving van Valcarlos uitrust, wordt de achterhoede aangevallen in het dal van Roncesvalles. Een Baskische strijdmacht lokt Roelant in een hinderlaag en laat niemand in leven. Het motief van de Basken is wraak. Ze zijn woedend omdat Karel Pamplona heeft verwoest en de stadsmuren heeft laten slechten. Volgens de legenden over Karel de Grote en zijn paladijn Roelant is de achterhoede niet overvallen door Basken, maar door een machtig Moors leger. Roelant is te trots om hulp te vragen. Als Karel uiteindelijk arriveert is het te laat: iedereen is gedood. Roelant ligt ter aarde, het gezicht naar Spanje gewend.
Na dit stukje geschiedenis weer terug naar het nu, en kan ik nog melden dat mijn zus en neef het plan hebben een weekje naar Spanje te komen; we zullen elkaar treffen in Pamplona.
Ik heb op dit moment geen gelegenheid om een meer uitgebreid verslag te schrijven, maar ik wil wel even een verwijzing noemen voor hen die de route in Frankrijk nauwgezet volgen. Zij moeten maar eens kijken in de Franse Wikipedia:
fr.wikipedia.org
en dan met het trefwoord: Via Lemovicensis
Vandaag heb ik in Zuid-Frankrijk Saint-Jean-Pied-de-Port bereikt. Dat is een verzamelplaats voor heel veel pelgrims op weg naar Santiago de Compostela. Vanuit deze stad begint morgen een tamelijk zware etappe: 30 kilometer door de Pyreneeën. Morgenavond zal ik in Spanje zijn.
Binnenkort volgt informatie over de tocht door Zuid-Frankrijk.
Er zijn nog geen fotoseries.
Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.